
Dit is de spin waar je soms even van schrikt bij een sloot of vijver doordat hij ineens uit de oeverbegroeiing pijlsnel over het water naar een andere plek rent. Je ziet haar vooral op drooggevallen oevers en natte plekken in weilanden. Het is geen waterspin, maar een lid van de wolfspinnen familie (Lycosidae, van Lycos = wolf) die zo heten omdat men vroeger dacht dat ze in troepen jaagden. Dat is niet zo, wel zijn het jagende spinnen die geen vangweb maken maar een buisvormig woonnetje tussen planten of stenen. Wolfspinnen roven graag in de buurt van water, en zoals de naam Pirata al aangeeft, doet deze spin dat bij voorkeur. Hij kan goed en snel over het wateroppervlak lopen dankzij waterafstotende haren aan de poten, al loopt hij beter over eendekroos en andere drijvende planten. Als ze zich bedreigd voelen, duiken ze zelfs onder water en kunnen, door de tussen de vettige haren van het achterlijf meegenomen lucht, als een echte waterspin uren onder water blijven. Zoals alle wolfspinnen spint het Pirata vrouwtje een stevige cocon om de eitjes en sleept die, aan het achterlijf gekleefd, mee tot ze uitkomen (zie plaatjes hieronder). De naam poelpiraat is niet echt ingeburgerd, de naam komt weinig voor in de literatuur. Sommigen zeggen: oeverspin, maar dat geeft verwarring met de gerande oeverspin. De poelpiraat is zonder microscopie niet te onderscheiden van de veenpiraat . Gezien de vindplaats (mijn vijver) is het bijna zeker de poelpiraat. Meer informatie en veel mooie foto's op de spinnen site van Ed Nieuwenhuys.
Poelpiraat vrouwtje met eicapsel
loopt op kroos, waaronder ook twee
Helophorus kevertjes zitten.
Dezelfde spin, ondergedoken.