
De larve op het eerste plaatje lijkt smal, maar dat komt omdat de rand, die hem een eivorm geeft, erg doorschijnend is. Tussen de oranje en groene rugvlekken zie je twee vertakte lichte lijnen: vermoedelijk de hoofdtracheeën, of adembuizen, die eindigen in de vreemde aanhangsels aan het achtereind. Vooral aan de rechterzijde van het insect is het goed te zien. Tussen de groene vlekken en de heldere zoom zie je witte puntjes: de stigmata of huidmondjes. De larven hebben geen (dek)vleugels en kunnen dus geen lucht op de rug opslaan, ook lijkt er geen luchtbel op de buik te zijn. Ze komen dan in deze stadia ook niet boven om lucht te halen. De larve op het tweede plaatje is al wat massiever en er lijkt een eerste vleugelaanleg te zijn. Let op de twee donkere vlekken: dit zijn vermoedelijk de stinkklieren, die hier niet voor de verdedigende stank maar voor de ademhaling belangrijk zouden kunnen zijn.
